Ga naar inhoud

De opnieuw in beeld gekomen datakluis bij de Belastingdienst laat vooral zien dat het werk aan informatiehuishouding, archivering en openbaarheid resultaat begint op te leveren. Juist doordat scherper wordt gekeken naar bewaren, ordenen en ontsluiten, worden ook oudere of afgeschermde informatieomgevingen zichtbaar. Dat is winst. Tegelijk bevestigt deze ontwikkeling waarom het zo belangrijk is om informatie vanaf het begin vindbaar, beheersbaar en uitlegbaar in te richten. Met goede tooling en een volwassen aanpak van de Woo en openbaarheid ontstaat niet alleen meer transparantie, maar ook meer grip op informatie die eerder buiten beeld bleef.

Wat is hier aan de hand?

Het kabinet meldde op 15 april dat bij de Belastingdienst tijdens werkzaamheden aan de informatiehuishouding een afgesloten bewaaromgeving opnieuw in beeld is gekomen. In deze omgeving staan ten minste 64 miljoen ongesorteerde bestanden die sinds 2019 apart waren gezet in het kader van AVG- en archiefverplichtingen. De kern hiervan is niet alleen dat deze informatie er nog was, maar ook dat zij nu juist dankzij het verbeterwerk opnieuw wordt gevonden en betrokken kan worden in de verdere aanpak.

Dat past in een bredere ontwikkeling. In de meerjarenplannen voor openbaarheid en informatiehuishouding 2026–2030 ligt de nadruk op duurzame toegankelijkheid, betere ordening en meer bestuurlijke grip op overheidsinformatie. Hetzelfde beeld is zichtbaar bij medeoverheden. In die zin staat deze vondst niet los van de koers die de overheid al heeft ingezet, maar bevestigt zij juist waarom die koers nodig is.

Waarom is dit belangrijk?

Deze ontwikkeling is belangrijk omdat zij laat zien dat investeren in informatiehuishouding daadwerkelijk iets oplevert. Niet altijd meteen in de vorm van een zichtbaar eindresultaat voor burgers of bestuurders, maar wel in de vorm van nieuw inzicht, herstel van overzicht en het terugvinden van informatie die eerder buiten het reguliere zicht viel. Dat is precies wat volwassen informatiebeheer moet doen: zichtbaar maken wat er is, waar het staat en wat ermee moet gebeuren.

Daarmee heeft deze casus ook een positieve relatie met de Woo en openbaarheid. Goede openbaarheid begint immers niet pas bij publicatie, maar bij weten welke informatie aanwezig is, hoe die is geordend en hoe zij verantwoord kan worden ontsloten. Juist betere tooling, betere metadata en een serieuzere aanpak van archivering maken het mogelijk om ook complexere of oudere omgevingen uiteindelijk beter doorzoekbaar en bruikbaar te maken. De bredere rijksaanpak voor openbaarheid en informatiehuishouding is daar juist op gericht.

Waarom is dit een goede of noodzakelijke richting?

De waarde van deze ontwikkeling zit erin dat zij de goede richting bevestigt. Niet omdat alles al op orde is, maar omdat zichtbaar wordt dat gericht werken aan archivering en informatiehuishouding daadwerkelijk verborgen of versnipperde informatie boven tafel helpt krijgen.

Dat is ook precies waarom het pleidooi voor informatie die vanaf het begin vindbaar, beheersbaar en uitlegbaar is, zo belangrijk blijft. Hoe beter informatie aan de voorkant wordt ingericht, hoe kleiner de kans op langdurige onzichtbaarheid, herstelwerk en complexe zoekslagen achteraf. En hoe groter de kans dat openbaarheid ook voorspoedig, praktisch uitvoerbaar en bovenal maatschappelijk bruikbaar wordt. Die lijn sluit direct aan op de ambitie van de meerjarenplannen om informatie duurzaam toegankelijk en beter benutbaar te maken.

Ook in relatie tot AI is dit relevant. Binnen het programma Open Overheid zijn inmiddels tientallen AI-initiatieven in beeld. Juist dan neemt het belang toe van broninformatie die goed geordend, herleidbaar en uitlegbaar is. AI rendeert immers pas echt als de informatiebasis op orde is. In die zin versterken Woo, archivering, openbaarheid en digitale innovatie elkaar, mits zij vanuit dezelfde kwaliteitslogica worden ingericht.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor bestuurders betekent dit dat informatiehuishouding niet alleen gezien moet worden als een risicothema, maar ook als een investeringsdomein dat zichtbare meerwaarde oplevert. Wie investeert in ordening, archivering en ontsluiting, vergroot het vermogen van de organisatie om informatie terug te vinden, te verantwoorden en waar nodig openbaar te maken. Dat is niet alleen goed voor compliance, maar ook voor bestuurlijke slagkracht.

Voor CIO’s, programmamanagers en lijnverantwoordelijken ligt hier een duidelijke opdracht. Verbind archivering, Woo, metadata, zoekfunctionaliteit en AI niet in losse trajecten, maar in één samenhangende verbeterlijn. Goede tooling kan daarbij een groot verschil maken. Niet alleen om nieuwe informatie beter te beheren, maar ook om bestaande verzamelingen beter doorzoekbaar, interpreteerbaar en toegankelijk te maken. Dat geldt dus óók voor omgevingen die eerder minder zichtbaar of minder goed ontsloten waren.

De echte opgave

De datakluis bij de Belastingdienst laat daarmee niet alleen zien dat er nog werk te doen is. Zij laat vooral zien waarom dat werk zo belangrijk is en dat het ook daadwerkelijk iets oplevert. Juist doordat de overheid serieuzer werkt aan archivering, openbaarheid en informatiehuishouding, worden ook oudere en complexere informatieomgevingen zichtbaar.

De echte opgave is daarom niet om deze casus alleen als probleem te zien, maar vooral als bevestiging van de juiste richting. Wie informatie vanaf het begin vindbaar, beheersbaar en uitlegbaar organiseert, maakt openbaarheid sterker, archivering betrouwbaarder en digitale innovatie waardevoller. Precies daar ligt de basis voor een geloofwaardige en lerende overheid. De “boosheid” van de Tweede Kamer lijkt daar haaks op te staan en gaat uit van wantrouwen. En dat is nu juist wat diezelfde Tweede Kamer wilde voorkomen bij het aannemen van de WOO.